Home » 6 vwo » EXAMENPAGINA

Een overzicht van alle examenstof:

  1. Het Centraal Examen Nederlands
  2. Meerkeuzevragen
  3. Allerlei belangrijks uit het correctievoorschrift
  4. Begrippenlijst uit de syllabus Centraal Examen 2021
  5. Oefenen?

Examenzittingen

  • vrijdag 21 mei 2021 13:30-16:30 
    1e tijdvak
  • maandag 14 juni 2021 13:30- 16:30 
    2e tijdvak
  • dinsdag 6 juli 2021 09:00-12:00 
    3e tijdvak

1.    Het Centraal Examen Nederlands

 

Tekst

  • Een aantal teksten
  • Eventuele satellietteksten
  • Tekstonafhankelijke en inhoudelijke vragen
  • Meerkeuzevragen en open vragen
  • Meerkeuzevragen leveren 1 punt op; bij andere staat de waardering naast de vraag
  • De duidelijkheid van het antwoord telt, taal-, stijl- of spelfouten leiden tot puntenaftrek

Tijd:

  • 3 klokuren

Correctie:

  • Eigen docent
  • Docent van een andere school

Norm:

  • Een aantal dagen na het examen te vinden op cito.nl
  • Aangevuld met resultaten van de eindexamenbesprekingen door docenten
  • Punten/te behalen aantal punten * 9 + n
  • Centraal Examen is 50% van het eindcijfer

 

Gebruik van een woordenboek is toegestaan

 

Meerdere werkrondes toepassen is verstandig

Ronde 1

  • Titel
  • Inleiding
  • Slot
  • Eerste en laatste zin van iedere alinea
  • Vragen bekijken

Doel is idee vormen over

  • Tekstsoort
  • Onderwerp
  • Hoofdgedachte

Ronde 2

  • Intensief lezen
  • Woordbetekenissen achterhalen
  • Kernzinnen aanstrepen
  • Alle signaalwoorden aanstrepen
  • Tekstdelen onderscheiden
  • Alinea-inhoud in een paar woorden in de kantlijn

Ronde 3

  • Tekstdelen en vragen in combinatie goed lezen
  • Vragen beantwoorden of samenvatting maken 

2.    Meerkeuzevragen

 

Tip 1: eerst jouw antwoord!

  • Lees de vraag
  • Bedenk voor jezelf een antwoord op die vraag
  • Lees dan de antwoorden
  • Kies het juiste antwoord op basis van je eigen antwoord

 

Tip 2: probeer niet het beste antwoord te vinden

  • Ga niet op zoek naar het beste antwoord
  • Streep de foute antwoorden weg en houd de beste over

 

Want:

Deze tactiek werkt omdat in (bijna) alle antwoordmogelijkheden wel iets staat wat waar is. Maar in één antwoordmogelijkheid staat geen fout. Ga dus op zoek naar de fouten. Dan ga je minder twijfelen, en kom je eerder bij het goede antwoord uit!

 

Tip 3: werk in rondes, maar wel per tekst

  • In ronde 1 beantwoord je alleen de vragen die je zeker weet
  • In ronde 2 maak je de moeilijkere vragen. (Je streept eerst de onmogelijke antwoorden weg. Dat zijn er meestal twee. Dan herlees je de vraag en maak je een keuze.)
  • In ronde 3 maak je de onmogelijke vragen. (Ook hier streep je de twee onzinantwoorden weg. Dan blijven er twee antwoorden over en dus 50% kans op een goed antwoord. Wel kiezen, anders blijft die 50% liggen.)

 

Tip 4: blijf bij je eerste antwoord

  • Twijfel nooit aan antwoorden waarvan je eerder dacht dat ze goed waren.

 

Want:

Besef dat jij aan het begin van het examen waarschijnlijk betere beslissingen nam dan aan het einde van het examen. Neem de vermoeide versie van jezelf in bescherming tegen de uitgerust versie van jezelf.

 

Tip 5: wantrouw nooit, altijd en iedereen

  • Zoek antwoorden met synoniemen die ongeveer hetzelfde betekenen, maar net wat minder stellig overkomen: ‘in bijna geen enkel geval’, ‘het grootste deel van de tijd’, ‘de ruime meerderheid’, ‘geen van de personen'

3.    Allerlei belangrijks uit correctievoorschrift

Algemeen

Indien een vraag volledig juist is beantwoord, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;

  • Indien een vraag gedeeltelijk juist is beantwoord, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel;
  • Indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld;
  • Indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;
  • Indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven;
  • Het juiste antwoord op een meerkeuzevraag is de hoofdletter die behoort bij de juiste keuzemogelijkheid. Indien meer dan één antwoord gegeven is, worden eveneens geen scorepunten toegekend.

Specifiek voor Nederlands

Taalgebruik

  • Correct taalgebruik wordt getoetst bij alle antwoorden op open vragen
  • Voor incorrecte formuleringen en onjuist taalgebruik worden maximaal 4 scorepunten in mindering gebracht.

0 fouten                     0
1 fout of 2 fouten        1
3 of 4 fouten               2
5 of 6 fouten               3
7 of meer fouten         4

  • Onder incorrecte formuleringen en onjuist taalgebruik moet worden verstaan:
    • spelfouten,
    • verkeerd woordgebruik
    • fouten in de zinsbouw inclusief verkeerde woordvolgorde.
  • Zelfstandig gebruik van bijzinnen (als in: “Omdat ...”) dient niet fout te worden gerekend.
  • Herhaalde fouten dienen als afzonderlijke fouten te worden geteld.
  • Bij een antwoord op een open vraag waarbij de kandidaat niet hoeft te antwoorden in een volledige zin, wordt niet de grammaticaliteit van het antwoord beoordeeld, maar de spelling wel.
  • Bij de beoordeling van de spelling dient uitgegaan te worden van de schrijfwijze volgens de Leidraad bij de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje). Woorden die niet in het Groene Boekje voorkomen (bijv. eigennamen) worden buiten beschouwing gelaten.

Wanneer een antwoord op een open vraag het maximum aantal woorden overschrijdt, worden alleen de woorden van het antwoord tot het toegestane maximum in de beoordeling betrokken

Voor alle open vragen met een maximum aantal woorden geldt: indien een kandidaat een vraag herhaalt alvorens hij/zij tot een antwoord komt, worden de woorden tot aan het eigenlijke antwoord (conform het beoordelingsmodel) niet meegeteld.

Het is de kandidaat niet toegestaan telegramstijl te gebruiken bij vragen waarbij in volledige zinnen moet worden geantwoord. Voor een antwoord dat geheel in telegramstijl is weergegeven, dienen geen scorepunten te worden toegekend.

4.     Begrippenlijst uit de Syllabus Centraal Examen 2021

 

  1. Tekstsoorten

Betogende tekst (betoog)

  • Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker een beargumenteerd standpunt inneemt.
  • Het betoog heeft als doel de lezer van het standpunt te overtuigen.

 

Beschouwende tekst (beschouwing)

  • Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker interpretaties, verklaringen en opinies ter overweging aanbiedt.
  • De beschouwing heeft als doel de lezer over een kwestie te laten nadenken. Een beschouwing kan ook de argumenten voor en tegen een of meer standpunten behandelen, maar is er niet op gericht de lezer voor een van die standpunten te winnen.

 

Uiteenzettende tekst (uiteenzetting)

  • Een tekst of tekstgedeelte waarin de schrijver of spreker iets uitlegt, beschrijft, verklaart of meedeelt.
  • De uiteenzetting heeft als doel de lezer te informeren over een stand van zaken of gang van zaken.

 

  1. Argumentatie

Het standpunt en het geheel van argumenten dat het standpunt ondersteunt (argumenten) of ontkracht (tegenargumenten).

 

Standpunt

  • Een uitspraak die op twijfel of tegenspraak stuit of zou kunnen stuiten volgens de schrijver of spreker. Ook: stelling(name), bewering, mening.
  • Een standpunt kan in een tekst impliciet zijn: dat wil zeggen dat het standpunt niet in de tekst is geformuleerd maar er wel uit afgeleid kan worden.

 

Argument

  • Een uitspraak waarmee een schrijver of spreker een standpunt onderbouwt.
  • Een argument dient om het standpunt aanvaardbaar of aanvaardbaarder te maken; de bedoeling ervan is de twijfelaars of tegenstanders te overtuigen van het standpunt.

 

Tegenargument

  • Een uitspraak waarmee een schrijver of spreker een standpunt of een argument probeert te weerleggen of te ontkrachten.
  • Een tegenargument dient om een standpunt of een argument minder aanvaardbaar te maken.

 

 

 

  1. Argumentatiestructuur

Een weergave van de wijze waarop in een tekst of tekstdeel argumenten met elkaar en met het standpunt samenhangen.

 

Enkelvoudige argumentatie

  • Een argumentatie die bestaat uit één argument en één standpunt.

 

Onderschikkende argumentatie

  • Een argumentatie waarin een argument wordt ondersteund door één of meer subargumenten. Ook: ketenargumentatie.

 

Nevenschikkende argumentatie

  • Een argumentatie waarin twee of meer argumenten gezamenlijk het standpunt ondersteunen. De argumenten in nevenschikkende argumentatie kunnen afhankelijk zijn (ze zijn samen nodig om het standpunt te ondersteunen) of onafhankelijk (ze vormen ieder op zich een zelfstandig argument voor het standpunt).

 

  1. Argumentatieschema

Een argumentatieschema geeft de aard aan van het verband tussen een standpunt en een argument. We onderscheiden de volgende argumentatieschema’s:

 

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg

  • De schrijver of spreker wijst op een of meer gevolgen om de waarschijnlijkheid van een oorzaak te onderbouwen of op een of meer oorzaken om de waarschijnlijkheid van een gevolg te onderbouwen.

 

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap

  • De schrijver of spreker geeft een of meer kenmerkende eigenschappen van een persoon, object of verschijnsel om een standpunt over een andere eigenschap te onderbouwen.

 

Argumentatie op basis van voor- en nadelen

  • De schrijver of spreker geeft voor- en/of nadelen van een voorgestelde actie of handeling om een standpunt over de (on)wenselijkheid ervan te onderbouwen.

 

Argumentatie op basis van voorbeelden

  • De schrijver of spreker geeft voorbeelden van het optreden van een eigenschap of verschijnsel om een standpunt over het algemener voorkomen van die eigenschap of dat verschijnsel te onderbouwen.

 

Argumentatie op basis van vergelijking

  • De schrijver of spreker maakt een vergelijking tussen twee situaties; op grond van wat in de ene situatie (on)waarschijnlijk of (on)gepast is, onderbouwt hij een standpunt over wat in de andere situatie (on)waarschijnlijk of (on)gepast is. Nederlands vwo (4F) | Syllabus centraal examen 2021

 

Argumentatie op basis van autoriteit

  • De schrijver of spreker beroept zich op een uitspraak van een deskundige en betrouwbare bron om een standpunt te onderbouwen. Ook: argumentatie op basis van een gezaghebbende bron.
  1. Soorten uitspraken

 

Feitelijke uitspraken

  • Een uitspraak waarvan degene die hem doet, claimt dat hij waar, waarschijnlijk of aannemelijk is. Er is sprake van een feit wanneer een feitelijke uitspraak waar is.

 

Waarderende uitspraken

  • Een niet-feitelijke uitspraak, dat wil zeggen een uitspraak over wat goed of slecht, mooi of lelijk, waardevol of waardeloos, wenselijk of onwenselijk, gepast of ongepast is.

 

  1. Beoordeling van argumentatie
  • aanvaardbaar
  • betrouwbaar
  • controleerbaar
  • relevant
  • consistent
  • toereikend

 

Argumentatie is aanvaardbaar als

  • de gegeven argumenten op zichzelf aanvaardbaar en relevant zijn,
  • de argumenten onderling consistent zijn,
  • de argumenten samen toereikend zijn voor het ingenomen standpunt.

 

Een feitelijke uitspraak is aanvaardbaar voor de lezer of gesprekspartner

  • wanneer hij in overeenstemming is met zijn of haar kennis van de wereld of
  • wanneer hij direct controleerbaar is en daarbij waar blijkt te zijn of
  • wanneer hij afkomstig is van een betrouwbare bron.

 

Een waarderende uitspraak is aanvaardbaar

  • wanneer hij in overeenstemming is met de kennis en opvattingen de beoordelaar.

De bron van een uitspraak is betrouwbaar als:

  • deze deskundig is op het terrein van de uitspraak,
  • deze geen belang heeft bij de acceptatie ervan, en
  • deze zichzelf niet tegenspreekt.

 

Feitelijke uitspraken zijn controleerbaar

  • wanneer het (in principe) mogelijk is ze door empirische waarneming te toetsen.

 

Een argument is relevant

  • wanneer aanvaarding ervan het standpunt aannemelijker maakt.

 

Argumentatie is consistent

  • wanneer de geleverde argumenten elkaar niet tegenspreken.

 

Argumentatie is toereikend (of voldoende)

  • wanneer het geleverde argument of de geleverde argumenten samen een standpunt aanvaardbaar maken.

 

 

 

  1. Drogredenen

Onjuist gebruik van een argumentatieschema of een overtreding van een discussieregel. We onderscheiden de volgende drogredenen:

 

Onjuist beroep op een oorzaak-gevolgschema

  • Het argumentatieschema op basis van oorzaak en gevolg wordt onjuist gebruikt als
    • de in het argument genoemde oorzaken niet voldoende zijn voor het optreden van het voorspelde gevolg of
    • het in het argument genoemde gevolg andere oorzaken kan hebben dan de in het standpunt genoemde oorzaak of
    • alleen op basis van het gelijktijdig of na elkaar optreden van twee verschijnselen geconcludeerd wordt tot een oorzaak-gevolgrelatie tussen die verschijnselen.

 

Onjuist beroep op een kenmerk- of eigenschapsschema

  • Het argumentatieschema op basis van een kenmerk of eigenschap wordt onjuist gebruikt als aan een bepaald kenmerk of eigenschap wel betekenis wordt toegekend, terwijl andere relevante kenmerken of eigenschappen worden genegeerd.

 

Onjuist beroep op een voor-en-nadelenschema: overdrijven van voor- of nadelen

  • Het argumentatieschema op basis van voor- en nadelen wordt onjuist gebruikt als het gevolg of de gevolgen van een handeling schromelijk worden overdreven.

 

Onjuist beroep op een voor-en-nadelenschema: vals dilemma

  • Het argumentatieschema op basis van voor- en nadelen wordt onjuist gebruikt als wordt gesuggereerd of aangenomen dat we moeten kiezen uit twee mogelijkheden met beide even grote nadelige gevolgen, terwijl er nog andere mogelijkheden zijn.

Onjuist beroep op een voorbeeldschema: overhaaste generalisatie

  • Het argumentatieschema op basis van voorbeelden wordt onjuist gebruikt als op basis van te weinig en/of niet-representatieve voorbeelden een standpunt wordt beargumenteerd.

 

Onjuist beroep op een vergelijkingsschema: verkeerde vergelijking

  • Het argumentatieschema op basis van vergelijking wordt onjuist gebruikt wanneer de vergeleken situaties op relevante punten van elkaar verschillen.

 

Onjuist beroep op autoriteit

  • Het argumentatieschema op basis van autoriteit wordt onjuist gebruikt wanneer een beroep wordt gedaan op een bron die ondeskundig of belanghebbend is of zichzelf tegenspreekt.

 

Persoonlijke aanval

  • Van een persoonlijke aanval is sprake wanneer een discussiant niet ingaat op de argumentatie van zijn tegenstander, maar hem beschuldigt van onkunde, onbetrouwbaarheid of slechte persoonlijke eigenschappen. De discussiant neemt zijn tegenstander daarmee niet serieus als gesprekspartner

 

Ontduiken van bewijslast

  • Van het ontduiken van de bewijslast is sprake wanneer een discussiant geen argumenten wil geven voor het ingenomen standpunt.

 

 

 

Cirkelredenering

  • Van een cirkelredenering is sprake wanneer een discussiant een standpunt onderbouwt door het in andere woorden weer te geven. Als de discussiant geen andere argumenten geeft, is het tegelijkertijd het ontduiken van de bewijslast.

 

Vertekenen van een standpunt

  • Van het vertekenen van een standpunt is sprake wanneer een discussiant het standpunt of een argument van een tegenstander onjuist weergeeft of deze een standpunt of argument in de mond legt dat niet is ingenomen.

 

Bespelen van publiek

  • Van het bespelen van publiek is sprake wanneer een discussiant een beroep doet op de emoties van het publiek om het te winnen voor een standpunt.

 

 

5.    Oefenen?

 

Alle examens en uitwerkingen vind je op: https://www.examenblad.nl

 

  • oefen met een (compleet) vwo-examen
  • oefen met een havo-examen als je teksten lastig vindt
  • maak bepaalde vraagsoorten die je lastig vindt
  • soms loont het om andersom te werken: kun je het antwoord uit de norm uitleggen?

 

 

Op YouTube staan deze (handige) video’s

 

Examentips havo en vwo: https://youtu.be/uOpqcYQDRkw

 

Examentraining deel 1, 2, 3:

https://youtu.be/KCB5wS_NmoQ // 

https://youtu.be/Cnij7hwVdHo

https://youtu.be/1WestE52STc

 

Slimme trucs van Arnoud Kuijpers: https://youtu.be/_lueZY0Pqk8

 

 

Cambiumned heeft een mooie oefenpagina: https://www.cambiumned.nl/oefenen/eindexamen-2/

 

 

Of kijk eens hier: https://www.lyceo.nl/tips-voor-alle-vakken/nederlands/